Ana səhifə

Ludisia discolor. A. Rich. (syn. Haemaria discolor) Vindplaats


Yüklə 8.18 Kb.
tarix26.06.2016
ölçüsü8.18 Kb.

Nederlandse Orchideeën Vereniging – Orchitheek

Uitgave: Nederlandse Orchideeën Vereniging. Auteursrechten voorbehouden


Ludisia discolor. A. Rich.

(syn. Haemaria discolor)
Vindplaats:

Het verspreidingsgebied strekt zich uit van Zuid China over Burma, Thailand, Vietnam naar het zuiden tot en met Malakka en Sumatra. Lindley heeft de plant in 1826 beschreven onder de naam Haemaria discolor. Later bleek, dat A. Richard a! een jaar eerder een volledige beschrijving had gegeven met de naam Ludisia.


Omschrijving:

Onze plant behoort tot de z.g. "Jewel Orchids", bladorchideeën, die voornamelijk om de kleur van hun blad gekweekt worden hoewel de bloei van sommige soorten ook zeker interessant is. Ze groeien terrestrisch op schaduwrijke plaatsen in dikke lagen humus van het bos. De L. discolor is één van de sterkste soorten en kan nog het meeste licht (nooit zon) verdragen.

Vrij kort dik vlezig stammetje met 3 á 6 bladeren van ca. 8 cm lang en 4 cm breed. De kleur varieert van heel donkergroen tot paarszwart mét of zonder één of meer zilveren- tot rode overlangse nerven. Bij het meest voorkomende type in onze liefhebberskasjes heeft de plant bronsgroen blad en een zilvergrijze middennerf. Het blad is paarsachtig aan de achterzijde. De verschillen in kleur, vorm en nervatuur van het blad heeft geleid tot enkele variëteiten van de hoofdsoort. De 4 voornaamste hiervan zijn:

a. L. discolor var. dawsoniana (Malakka, Burma en Thailand) waarvan de bladeren zwart-bronsgroen zijn met ongeveer 7 koperkleurige overlangse nerven. Onderzijde dof purper.

b. L. discolor var. ordiana (Malakka, Thailand), de plant lijkt wat op de voorgaande maar het blad is mat brons-groen en de nerven zijn goudkleurig.

c. L. discolor var. otletae (Vietnam). Bladeren donker olijfgroen, iets langwerpiger en met koperkleurige nerven.

d. L. discolor var. lanceolata, gelijkend op het hoofdtype meer spits en puntig uitlopen. De bloei verschijnt 's winters op de doorgegroeide nieuwe scheuten. De behaarde stengel kan ca. 25 cm lang worden. De lichtwelriekende bloemetjes zijn wit met een opvallend mooi geel gekleurde voorkant van het zuiltje. Ze kunnen de plant enkele weken lang sieren.
Cultuur:

Onder de Jewel Orchids is deze L. discolor wel één van de minst veeleisende soort. Belangrijk is de doorlatendheid van het potmengsel dat om die reden dan ook jaarlijks ververst dient te worden; enkele weken na de bloei tot aan febr. /maart is hiervoor de beste tijd.

Veel succes bereikt men met gebruik van schalen of potten van kunststof (piepschuim) vanwege de warmte door de geringe verdamping, hoewel een gewone stenen of plastic pot ook best goed kan voldoen.

Een plant voor een warme schaduwrijke omgeving en een hoge luchtvochtigheid.

Neem liefst kleine potten gevuld met gelijke delen geknipt beukenblad, gehakt veenmos, dat met wat scherpzand is gemengd en varenwortel. Verschillende andere mengsels zijn denkbaar met o. a. turfbrokken, fijne dennen-schors, styromulkorrels, houtskool enz. enz.

Alle bladorchideeën willen het gehele jaar door vochtig gehouden worden maar zorg er voor dat het mengsel niet verzuurd en/of dicht slaat, waardoor snel rottende wortels de plant soms doen omvallen. Mocht dit toch het geval zijn dan is snel overplanten in vers materiaal nog mogelijk, waarbij aanvankelijk heel zuinig gegoten moet worden.



Voor in de kamer is deze soort alleen geschikt indien men de nodige warmte én een hoge luchtvochtigheid kan verschaffen in een schaduwrijk hoekje.

december 1976


Verilənlər bazası müəlliflik hüququ ilə müdafiə olunur ©atelim.com 2016
rəhbərliyinə müraciət